Out of office: Gea Dreschler naar conferentie over internationaal Engels

Soms krijg je een melding van afwezigheid als je een van je docenten mailt. In deze rubriek vragen we even door…

Deze week met: Gea Dreschler

IMG_5086_Gea_adjustedWaar was je en wat deed je daar?

Ik was in juni op een conferentie in Helsinki die ging over het gebruik van Engels als internationale taal, oftewel English as a Lingua Franca. Het Engels wordt tegenwoordig door veel mensen als tweede taal gesproken, en dat heeft allerlei consequenties voor de taal zelf en voor het gebruik ervan. Op deze conferentie spraken onderzoekers over vragen als: kunnen we een soort international accent definiëren, in plaats van mensen bijvoorbeeld Brits Engels te leren? Wat is de status van het Engels in een land waar het als tweede taal gebruikt wordt? Hoe kijken mensen aan tegen het gebruik van Engels, is het bijvoorbeeld een bedreiging voor de eerste taal van een land of gewoon handig?

Wat hebben we daar in Nederland aan?

De afgelopen weken bleek wel weer dat dit ook hot issues zijn in Nederland. Niet al te lang geleden verscheen er een rapport waarin de onderzoekers stelden dat het Engels het Nederlands niet bedreigt. Begin juli verschenen er een aantal opiniestukken voor en tegen de opmars van het Engels op de universiteiten. [links nog toevoegen]

Waarom was deze conferentie interessant voor je eigen onderzoek en onderwijs?

Ik geef veel cursussen Academic English: Engelse grammatica en schrijfvaardigheid, speciaal gericht op het schrijven van wetenschappelijke teksten. Ook bij het aanleren van Engels aan studenten kun je je afvragen of het zin heeft om studenten specifieke Britse uitdrukkingen te leren. Of bijvoorbeeld een Britse of Amerikaanse stijl van schrijven. Dat kunnen dingen zijn die we studenten Engels wel graag aanleren, maar wat voor studenten die Engels gaan gebruiken in een internationale (en dus niet specifiek Britse/Amerikaanse) setting minder belangrijk is.

Wat heb je zelf gepresenteerd?

Uit onderzoek naar hedendaags Brits/Amerikaans Engels blijkt dat het grootste deel van de zinnen in geschreven Engels met het onderwerp beginnen. In het Nederlands is daar juist meer variatie in, bijvoorbeeld “Uit onderzoek blijkt dat…” tegenover “Onderzoek toont aan…”, waarbij de eerste zin met een zogenaamde voorzetselgroep begint en de tweede met een onderwerp. Ik heb gekeken of teksten van niet-moedertaalsprekers op dit punt overeenkomen met de teksten van moedertaalsprekers.

En wat was je conclusie?

Dat het eigenlijk niet zo is. De niet-moedertaalsprekers in mijn selectie teksten beginnen vrij vaak de zin niet met het onderwerp. Maar wat vooral bleek was dat wetenschappelijke teksten heel erg hun eigen stijl hebben. De resultaten zeiden dus vooral iets over wat gebruikelijk is in wetenschappelijke teksten, niet zozeer over moedertaal of niet-moedertaalsprekers, of over ander soort teksten. Daar zitten natuurlijk leuke vervolgvragen in 🙂